| |
Vakantieregeling
1949
Lv
van 19 februari 1949, houdende bepalingen inzake verplichte vakantieregeling;
tekst in P.B. 1949, no. 17; inwtr. m.i.v. 8 maart 1949; gewijzigd
bij:
1. lv. van 13 dec. 1952 (P.B. 1952, no 166), inwtr. m.i.v. 30 dec.
1952;
2. lv. van 14 dec. 1956, houdende wijziging van 1o. het B.W. voor
Curaçao, 2o. het Curaçaosch W.v.K., 3o. de Regeling
Ambtenarenrechtspraak 1951, 4o. de Vakantieregeling 1949 (P.B. 1956,
no 151), inwt. m.i.v. 15 dec. 1956;
3. lv. van 16 mei 1958, houdende wijziging van 1o. het B.W.N.A.,
2o. het W.v.K.N.A., 3o. de Regeling etc., 4o de Vakantieregeling
1949 en 5o. de Gezondheidslandsverordening 1952 (P.B. 1958, no.
65), inwtr. m.i.v. 29 mei 1958 en terugwerkend t/m 1 mei 1958;
4. lv. van 28 april 1961, houdende wijziging van 1o. het B.W.N.A.;
2o. het W.v.K.N.A.; 3o. de Regeling etc.; 4o. de Vakantieregeling
1949; 5o. de Gezondheidslv. 1952 en 6o. het Kiesreglement Staten
(P.B. 1961, no. 61), inwtr. m.i.v. 29 april 1961;
5. lv. van 1 april 1968 (P.B. 1968, no. 56), inwtr. m.i.v. 23 april
1968;
vervolgens werd bij Lb. van 9 aug. 1968 no. 17 de geldende tekst
in P.B. 1968, no. 112 opgenomen ; deze tekst werd wederom gewijzigd
bij:
6. lv. van 31 aug. 1981 (P.B. 1981, no. 250), inwtr. m.i.v. 1 sept.
1981;
7. lv. van 11 sept. 1997 houdende bepalingen in verband met de invoering
van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Invoeringslandsverordening
wetboek van strafvordering); tekst in P.B. 1997, no. 237;
8. lv. van 29 sept. 1999 tot wijziging van de wetgeving in verband
met de regeling van de beslotenvennootschap; tekst in P.B. 1999,
no. 242; inwtr. m.i.v 1 januari 2000;
9. lv. van 4 sept. 2001 (P.B. 2001 no. 129) tot wijziging van de
Lv Ongevallenverzekering (P.B. 1966, n o. 14) de Landsverordening
Ziekteverzekering (P.B. 1966, no. 15), de Arbeidsregeling 2000
(P.B. 2000, no. 67) de Vakantieregeling 1949 (P.B. 1968, no. 112)
en de Landsverordening algemene verzekering bijzondere ziektekosten
(P.B. 1996, no. 211); tekst in P.B. 2001, no. 129; inwtr. m.i.v.
1 juni 2002 (P.B. 2002, no. 82).
I. Definities
Artikel
1
(geheel gewijzigd
bij no. 1; definitie loon bij no. 5 en definitie arbeider bij no.
6 gedeeltelijk gewijzigd). In deze landsverordening en de naar aanleiding
daarvan uitgevaardigde besluiten wordt verstaan:
Onder werkgever: ieder natuurlijk of rechtspersoon, die één
of meer arbeiders in dienst heeft.
Voor de toepassing van deze landsverordening wordt voor zoveel betreft
de werkgever, die arbeid in één of meer der eilandgebieden
van de Nederlandse Antillen doet verrichten doch daarbuiten woont
of gevestigd is, diens vertegenwoordiger of agent in één
of meer dezer eilandgebieden, binnen welke de arbeid wordt verricht,
als zodanig aangemerkt.
De Regering van de Nederlandse Antillen en de Besturen der eilandgebieden
worden niet als werkgever in de zin van dit artikel beschouwd ten
aanzien van die arbeiders, die zij anders dan op burgerrechtelijke
overeen-komst in hun dienst hebben.
Onder arbeider:
ieder, die in dienstverhouding tegen loon arbeid verricht.
Voor de toepassing van deze landsverordening worden niet als arbeiders
beschouwd personen, die krachtens de bepalingen van het Tweede Boek
van het Wetboek van Koophandel van de Nederlandse Antillen recht
hebben op vakantie, thuiswerkers en inwonende kinderen van een werkgever,
die uitsluitend voor zijn rekening arbeid verrichten.
Onder loon: elke uitkering in welke vorm ook, welke de arbeider
als vergoeding voor zijn arbeid gedurende de voor hem geldende arbeidstijd
van zijn werkgever ontvangt, uitgezonderd overwerkgelden, premiegelden
en vergoedingen voor het tijdelijk verrichten van andere dan zijn
gewone arbeid;
voor de berekening van het loon worden medegerekend ontvangsten
van derden, welke van invloed zijn op de voorwaarden der arbeidsovereenkomst.
Het loon per dag, voorzover niet op deze wijze vastgesteld, wordt
berekend:
a. voor de arbeider voor wie een zesdaagse werkweek geldt:
1. door het tussen werkgever en arbeider overeengekomen loon
per uur te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal werkuren per
week van de betrokken arbeider en het verkregen product te delen
door 6:
2. door het weekloon te delen voor 6;
3. door het maandloon te menigvuldigen met drie en het verkregen product te delen door 78;
b. voor de arbeider voor wie een vijfdaagse werkweek geldt:
1. door het tussen werkgever en arbeider overeengekomen loon
per uur te vermenigvuldigen met het gemiddelde aantal werkuren per
week van de betrokken arbeider en het verkregen product te delen
door 5;
2. door het weekloon te delen door 5;
3. door het maandloon te vermenigvuldigen met drie en het verkregen
product te delen door 65.
II. Van de vakantie
Artikel
2
(lid 1 geheel
gewijzigd bij nos. 1 en 6; lid 3 toegevoegd bij no.1, gedeeltelijk
bij nos. 2, 3 en 4, en geheel bij nos. 5 en 6 gewijzigd).
1. De arbeider heeft voor ieder jaar, dat hij onafgebroken werkzaam
is geweest in dienst van eenzelfde werkgever, aanspraak op vakantie
gedurende tenminste driemaal het bedongen aantal werkdagen per week
met behoud van loon, dat hij tijdens zijn vakantie met werken zou
hebben verdiend, met dien verstande evenwel dat de arbeider voor
wie een zes-daagse werkweek geldt aanspraak heeft op vakantie van
tenminste vijftien werkdagen.
2. De werkgever is verplicht de arbeider op diens verzoek de in
het vorige lid bedoelde vakantie te verlenen, behoudens het bepaalde
in de artikelen 5, 6 en 7, terwijl de arbeider verplicht is deze
vakantie, ook indien ongevraagd verleend, te nemen.
3. Niet als werkdagen worden aangemerkt de voor de arbeider krachtens
zijn werktijdenregeling geldende rustdagen en, voor zover betreft
de arbeider die niet werkzaam is krachtens een werktijdenregeling
welke op grond van een regeling ter uitvoering van artikel 20 van
de Arbeidsregeling 1952 (P.B. 1958, no. 24) werd goedgekeurd, tevens
de krachtens die landsverordening met de zondag gelijkgestelde dagen.
Artikel
3
(lid
2 gewijzigd bij no. 1).
1. De aanspraak op vakantie over een afgelopen jaar vervalt, indien
de arbeider gedurende dat jaar van zijn werk is weggebleven:
a. wegens ziekte of ongeval in totaal tenminste zes maanden;
b. ter voldoening aan wettelijke verplichtingen in totaal tenminste
zes weken.
2. Ingeval van afwezigheid van het werk zonder toestemming van de
werkgever en zonder wettige reden, verliest de arbeider zijn aanspraak
op een overeenkomstig deel van zijn vakantie, waarbij een gedeelte
van een dag gerekend wordt als een gehele dag.
Artikel
4
(lid 2 geheel
en lid 3 gedeeltelijk gewijzigd bij no. 5).
1. De vakantie wordt bij voorkeur onafgebroken verleend.
2. Indien de arbeider het verzoekt of de werkzaamheden het wenselijk
maken, kan de vakantie worden gesplitst. Tenminste de helft van
de vakantie wordt echter aaneensluitend verleend.
3. De beslissing omtrent het tijdstip, waarop de vakantie zal ingaan,
alsmede die omtrent de tijdvakken, waarin de vakantie overigens
zal worden gesplitst, berust bij de werkgever. Daarbij dient, voor
zover de belangen van het bedrijf en die van het overige personeel
dit toelaten, zoveel mogelijk rekening te worden gehouden met de
wensen van de arbeider.
Artikel
4a
De vergoeding
van één of meer vakantiedagen mag niet in de vorm
van een opslag op het loon worden uitgekeerd.
III. Van uitstel en intrekking der vakantie
Artikel
5
De werkgever
kan een vakantie, waarvan het tijdstip van ingang reeds overeenkomstig
artikel 4 is vastgesteld, slechts om redenen van bedrijfsbelang
of op verzoek van de arbeider uitstellen en op een later tijdstip
doen ingaan.
Artikel
6
(lid 1 gewijzigd
bij no. 5).
1. De werkgever kan een vakantie, welke reeds is ingegaan, slechts
om redenen van bedrijfsbelang of op verzoek van de arbeider intrekken
en het nog niet genoten deel daarvan op een later tijdstip doen
ingaan, een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 4, lid
2, tweede volzin.
3. De dag, waarop de arbeider als gevolg van de intrekking slechts
gedeeltelijk vakantie geniet, wordt niet geteld als een vakantiedag.
Artikel
7
(lid 1 gedeeltelijk
en lid 2 geheel gewijzigd bij no. 5).
1. Indien de arbeider bij de aanvang van zijn vakantie ongeschikt
is tot werken in de zin van de Landsverordening Ongevallenverzekering
(P.B. 1966, no 14) dan wel op dat tijdstip of tijdens zijn vakantie
ziek is of wordt in de zin der Landsverordening Ziekteverzekering
(P.B. 1966, no. 15), wordt de vakantie, onderscheidenlijk het nog
niet genoten deel daarvan, beschouwd als te zijn ingetrokken.
2. Het bepaalde in artikel 6 is voorzover mogelijk van overeenkomstige
toepassing.
Artikel
8
De werkgever
vergoedt de schade ter zake van eventuele reis- of verblijfkosten,
welke de arbeider als onmiddellijk gevolg van uitstel der vakantie
krachtens artikel 5 dan wel intrekking daarvan op grond van artikel
6 mocht lijden, tenzij het uitstel of de intrekking op verzoek van
de arbeider is geschied.
IV.
Van samenvoeging van en vergoeding voor niet genoten vakantie.
Artikel
9
(lid 1 gewijzigd
bij nos. 1 en 6; aan lid 2 volzin toegevoegd bij no. 1)
1. De vakantie, waarop aanspraak is verkregen, doch welke nog niet
genoten is op het tijdstip, dat een nieuwe aanspraak ontstaat, en
de vakantie krachtens deze nieuwe aanspraak worden samengevoegd
tot een maximum aantal werkdagen gelijk aan zesmaal het bedongen
aantal werkdagen per week.
2. De werkgever is verplicht de samengevoegde maximum vakantie binnen
drie maanden na aanvraag te doen ingaan, terwijl de arbeider verplicht
is deze vakantie ook indien ongevraagd verleend, te nemen. Voor
bedrijven, waarin op basis van vierentwintig uren per dag wordt
gewerkt, geldt een termijn van zes maanden.
3. De samengevoegde maximum vakantie wordt onafgebroken verleend
en kan niet worden uitgesteld of ingetrokken, behoudens het bepaalde
in artikel 7, in welk geval het niet genoten deel daarvan ingaat
de dag volgende op die van het herstel van de arbeider in de zin
der desbetreffende regeling.
Artikel
10
(lid 1 gewijzigd
bij no. 1; lid 2 toegevoegd bij no.1, geheel bij no. 5 en gedeeltelijk
bij no. 6 gewijzigd).
1. De werkgever betaalt de arbeider voor niet genoten vakantie,
waarop bij het eindigen der dienstbetrekking aanspraak bestaat,
een bedrag gelijk aan zijn in geld uitgedrukt, ten tijde van dat
eindigen geldend loon over het aantal dagen der niet genoten vakantie.
2. Voor de toepassing van het bepaalde in het voorgaande lid en
in afwijking van het bepaalde in artikel 2, lid 1, wordt onverminderd
het bepaalde in artikel 3 geacht mede aanspraak te bestaan op een
evenredig aantal vakantiedagen over de periode gedurende welke de
arbeider bij dezelfde werkgever onafgebroken in dienst is geweest
en waarover hij geen vakantie heeft genoten. Bij de berekening van
het aantal vakantiedagen wordt een gedeelte van een dag gerekend
als een gehele dag.
V. Algemene bepalingen
Artikel
11
Het is de arbeider
verboden gedurende een hem verleende vakantie arbeid ten behoeve
van zijn werkgever of derden te verrichten.
Artikel
12
Het is de werkgever
verboden de arbeider gedurende diens vakantie werkzaamheden te laten
verrichten.
Artikel
13
(vervallen)
Artikel
14
(als art. 12b
ingevoerd bij no. 5; vernummerd in de geldende tekst).
De werkgever houdt een register bij van de per arbeider verleende
en genoten vakantie; het register ligt ter inzage voor de arbeiders
en de toezichthoudende personen.
Artikel
15
Alle tengevolge
van deze landsverordening opgemaakte of overgelegde stukken, verzoekschriften
en beschikkingen zijn vrij van het recht van zegel en van de formaliteit
van registratie.
Artikel
16
1. De vakantieregeling
in een arbeidsovereenkomst of arbeidsreglement mag slechts ten voordeel
van de arbeider van het in deze landsverordening bepaalde afwijken.
2. Als niet overeengekomen wordt beschouwd iedere voorwaarde, welk
erop gericht is de aanspraak op vakantie geheel of gedeeltelijk
afhankelijk te doen zijn van de verlenging of wijziging der arbeidsovereenkomst
dan wel van het aangaan van een andere arbeidsovereenkomst.
VA.
Toezicht
Artikel
16a
1. Met het toezicht
op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde
zijn belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen personen. Een
zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in de Curaçaosche
Courant.
2. De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend
voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk
is, bevoegd:
a. alle inlichtingen te vragen;
b. inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers
en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;
c. alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke
toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen
aangewezen personen.
3. Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het
tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.
4. Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels
worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van
de krachtens het eerste lid aangewezen personen.
5. Een ieder is verplicht aan de krachtens het eerste lid aangewezen
personen alle medewerking te verlenen die op grond van het tweede
lid wordt gevorderd.
VI. Strafbepalingen
Artikel
17
(lid 1 geheel
gewijzigd bij no. 5).
1. Met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van ten
hoogste duizend gulden wordt gestraft hij, die het bepaalde bij
de artikelen 2, 4a, 9, 11, 12 en 14 niet of niet volledig nakomt.
2. De feiten in het vorige lid bedoeld, worden beschouwd als overtredingen.
Artikel
18
(vervallen)
VII.
Slotbepalingen
Artikel
19
1. Deze landsverordening
kan worden aangehaald als “Vakantieregeling” onder toevoeging
van het jaartal van het Publicatieblad, waarin zij is geplaatst.
2. Zij treedt in werking met ingang van de dag na die harer afkondiging.
|