7
CESSANTIA UITKERING NA ONTSLAG
Wat
is Cessantia?
Onder cessantia
verstaan we een éénmalige uitkering in geld die de
werkgever moet betalen aan zijn werknemer wanneer het dienstverband
van die werknemer eindigt. Deze uitkering wordt berekend op basis
van het aantal dienstjaren van de werknemer. De rechtsgrond van
de uitkering is gelegen in de immateriële schade die de werknemer
lijdt door het ontslag en het verlies van anciënniteit.
De
cessantia-uitkering stoelt op een wettelijke verplichting van de
werkgever, neergelegd in de Cessantia landsverordening (P.B. 1983,
no.85).
Wie
heeft recht op een cessantia uitkering?
Een werknemer
in de Nederlandse Antillen, wiens dienstbetrekking eindigt anders
dan door zijn schuld, heeft recht op een cessantia uitkering. Dit
recht ontstaat na het eerste volle dienstjaar van de werknemer.
Als een werknemer
wordt ontslagen wegens een reden die aan hemzelf te wijten is, kan
hij dus geen rechten ontlenen aan de Cessantia landsverordening.
Dit is bijvoorbeeld het geval bij een ontslag op staande voet door
de werkgever wegens een dringende reden, zoals een ernstige vorm
van diefstal.
Ook
kan een werknemer geen aanspraak maken op een cessantia uitkering
als hij zelf ontslag neemt.
Voor
het al dan niet aanspraak hebben op een cessantia uitkering maakt
het niet uit of de werknemer in vaste dienst is, of werkt op basis
van een tijdelijk contract (mits langer dan één jaar).
Ambtenaren
of werknemers in de publieke sector en leerkrachten bij het gesubsidieerd
bijzonder onderwijs hebben geen recht op cessantia.
Wanneer
ontstaat geen recht op cessantia?
Bij
het overlijden van een werknemer ontstaat geen recht op cessantia
uitkering voor de nabestaanden. Wel is het zo, dat als een (gewezen)
werknemer al een cessantia aanspraak op een (ex-)werkgever had,
bij het overlijden van de werknemer zijn nabestaanden (zoals de
weduwe of de kinderen) recht kunnen doen gelden op deze uitkering.
Er
hoeft ook geen cessantia te worden uitgekeerd indien de werknemer
aan het einde van zijn dienstbetrekking in het genot van een pensioen
of uitkering bij wijze van pensioen wordt gesteld. Het bedrag van
dit pensioen of deze uitkering moet dan wel gelijk of groter zijn
dan het bedrag van het dan geldende wettelijke ouderdomspensioen.
Indien het wettelijke ouderdomspensioen geheel of gedeeltelijk in
mindering wordt gebracht op het eerdergenoemde bedrijfspensioen
of de uitkering ter vervanging van het pensioen, moet dit pensioen
of deze uitkering tenminste gelijk zijn aan tweemaal het bedrag
van het dan geldende wettelijke ouderdomspensioen.
Het
al dan niet recht hebben op cessantia is overigens niet gekoppeld
aan een bepaalde leeftijd, zoals meerderjarigheid of pensioengerechtigde
leeftijd.
Hoeveel
bedraagt de cessantia-uitkering?
De hoogte van
de cessantia uitkering wordt als volgt berekend:
* voor
het eerste tot en met het tiende volle dienstjaar één
weekloon per dienstjaar;
* voor
het elfde tot en met het twintigste volle dienstjaar 1,25 maal het
weekloon per dienstjaar;
* voor
de daarop volgende volle dienstjaren tweemaal het weekloon per dienstjaar.
Let
wel: in een CAO kan een voor de werknemer gunstiger berekeningswijze
zijn opgenomen!
Voor
de berekening van volle dienstjaren geldt een periode van meer dan
zes maanden na het eerste dienstjaar als een vol dienstjaar.
Het
weekloon kan worden berekend door in geval van een maandloon de
geldswaarde van dit loon te vermenigvuldigen met 12 en vervolgens
te delen door 52. Bij een uurloon kan het weekloon afgeleid worden
door de geldswaarde van het uurloon te vermenigvuldigen met het
aantal werkuren per week. Het dagloon moet vermenigvuldigd worden
met het aantal werkdagen per week.
--------------------------------------------------------------------------------
Voorbeeld
Een werknemer
is veertien jaar en acht maanden in dienst van dezelfde werkgever
tegen een laatst genoten bruto maandloon van NAfl. 1.800,-. De werkgever
ontslaat deze werknemer om bedrijfseconomische redenen. De werkgever
dient nu aan de werknemer een eenmalige cessantia uitkering te doen
voor het eerste tot en met het tiende dienstjaar van tienmaal het
weekloon (berekening weekloon: NAfl. 1.800,- * 12 = NAfl. 21.600,-
: 52 = NAfl. 415,38 per week). Dit is tienmaal NAfl. 415,38 = NAfl.
4.153,80. Voor het elfde tot en met het vijftiende dienstjaar (de
laatste acht maanden tellen als een vol dienstjaar) moet de werkgever
vijf maal één en een kwart maal het weekloon betalen.
Dit is vijf maal (1¼ * NAfl. 415,38 =) NAfl. 519,23 = NAfl.
2.596,15. Opgeteld moet de werkgever dus een cessantia uitkering
aan de werknemer doen van NAfl. 6749,95.
--------------------------------------------------------------------------------
Aanspraak
van de werknemer op cessantia
De werknemer
moet binnen één jaar van de werkgever zijn cessantia
uitkering vorderen, anders verjaart zijn recht op cessantia.
Als
een werkgever failliet is, surséance van betaling heeft aangevraagd,
of in een positie verkeert waarin hij heeft opgehouden te betalen
(te beoordelen door de Sociale Verzekeringsbank), kan de werknemer
die cessantia aanspraak heeft bij de Sociale Verzekeringsbank (Cessantiafonds)
aanspraak maken op de uitkering echter tot een bepaald maximum.
Voor
meer informatie kunt u contact opnemen met de Directie Arbeidszaken:
|