2
De arbeidsovereenkomst
1.
Overeenkomsten tot het verrichten van arbeid
Voor
wat betreft overeenkomsten tot het verrichten van arbeid tegen betaling
noemt het Burgerlijk Wetboek (BW) nadrukkelijk een drietal overeenkomsten,
te weten:
I de
overeenkomst van aanneming van werk;
II
de overeenkomst tot het verrichten van enkele diensten;
III
de arbeidsovereenkomst.
Aanneming
van werk
Aanneming
van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer,
zich jegens de andere partij, de aanbesteder, verbindt om buiten
dienstbetrekking een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen
tegen een door de aanbesteder te betalen prijs in geld. Men heeft
dus een bepaald resultaat voor ogen.
Het
verrichten van enkele diensten
Overeenkomsten
tot het verrichten van enkele diensten kunnen in de praktijk onder
allerlei benamingen voorkomen (een restgroep).
Het
betreft vooral de relatie van een vrije beroepsbeoefenaar (advocaat,
notaris, accountant, gids etc.) en zijn cliënt. En voorts alle
andere overeenkomsten waar weliswaar arbeid wordt verricht maar
waar geen sprake is van een dienstverband (het gezagselement ontbreekt)
b.v. het schoonmaken van de tuin, autowassen etc.
De
arbeidsovereenkomst
De
arbeidsovereenkomst is de overeenkomst, waarbij de ene partij, de
arbeider, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever,
tegen loon, gedurende zekere tijd arbeid te verrichten.
Als
iemand voor een ander tegen beloning gedurende drie opeenvolgende
maanden ten minste 8 uur per week gewerkt heeft, of per maand tenminste
35 uur gewerkt heeft, dan wordt vermoed dat er sprake is van een
arbeidsovereenkomst, tenzij de werkgever het tegendeel kan bewijzen.
In
deze folder wordt alleen de arbeidsovereenkomst behandeld.
2.
Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?
Om
te kunnen spreken van een arbeidsovereenkomst moet er sprake zijn
van:
A.
Loon
B.
Arbeid
C.
Gezagsverhouding ("in dienst van")
ad.A:
Loon is datgene wat als bedongen tegenprestatie voor de arbeid door
de werkgever aan de arbeider verschuldigd is.
Loon
is de tegenprestatie van de werkgever; geld (vast bedrag, provisie,
winstaandeel), voedsel, dienstkleding, voortbrengselen en gebruik
van woning kunnen bestanddelen van het loon zijn.
De
werkgever dient hierbij rekening te houden met de bepalingen van
de landsverordening Minimumlonen.
ad.B:
De werknemer is verplicht arbeid te verrichten; de arbeid moet van
waarde zijn en dient persoonlijk te worden verricht; d.w.z. men
is niet vrij zich door een derde te doen vervangen.
ad.C:
De werknemer is in dienst van de werkgever; de werkgever is bevoegd
gezag uit te oefenen; de werkgever is bevoegd leiding te geven (bindende
aanwijzigingen/ instructies); de werkgever is bevoegd toezicht te
houden op de arbeid.
Het
gaat telkens om de feitelijke toestand en niet om de vraag hoe partijen
hun relatie noemen.
3.
De vorm/inhoud
De
arbeidsovereenkomst is vormvrij d.w.z. kan zowel mondeling als schriftelijk
worden aangegaan; voor een aantal bedingen echter is de schriftelijke
vorm voorgeschreven. Een schriftelijke overeenkomst verdient de
voorkeur boven een mondelinge vooral in verband met bewijsmogelijkheden;
de kosten zijn voor rekening van de werkgever.
Partijen
zullen in het algemeen bij het sluiten van een arbeidsovereenkomst
afspraken maken ten aanzien van de duur, de aard van de te verrichte
werkzaamheden, de te bekleden functie, de salariëring, vakantie,
bepaalde toeslagen etc.
4.
Proeftijd
Partijen
kunnen voorts bedingen (overeenkomen) dat maximaal de eerste twee
maanden als proeftijd zullen gelden. Gedurende de proeftijd kunnen
beide partijen de overeenkomst zonder opgaaf van reden met onmiddellijke
ingang beëindigen.
Een
proeftijd kan alleen schriftelijk worden aangegaan.
Een
proeftijd langer dan 2 maanden is ongeldig.
5.
Duur
De
dienstbetrekking wordt aangegaan voor bepaalde tijd (b.v. één
week, zes maanden, één jaar, voor de duur van een
werk, zolang de vervangen werknemer ziek is) of voor onbepaalde
tijd (z.g. "vaste dienst").
Sinds
de inwerkingtreding van de Landsverordening Flexibilisering Arbeidswetgeving
(1 augustus 2000) kan men niet meer onbeperkt arbeidsovereenkomsten
voor bepaalde tijd verlengen.
Voor
de beëindiging (niet tussentijds) van een voortgezette tijdelijke
arbeidsovereenkomst is geen opzegging meer vereist, zodat ook de
voortgezette arbeidsovereenkomst (tot en met de derde arbeidsovereenkomst)
automatisch eindigt. Daar staat tegenover dat na een reeks van 4
voorgezette arbeidsovereenkomsten, waar per schakel telkens minder
dan 3 maanden tussen ligt, het vierde contract automatisch een dienstverband
voor onbepaalde tijd (“vaste dienst”) wordt. Hetzelfde
geldt als minder dan 4 dienstbetrekkingen voor bepaalde tijd elkaar
met onderbrekingen van niet meer dan 3 maanden hebben opgevolgd
en deze samen een periode van 36 maanden (inclusief de onderbrekingen)
hebben overschreden.
Een
arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan slechts tussentijds worden
opgezegd indien voor ieder der partijen dat recht schriftelijk is
overeengekomen.
Het
onderscheid bepaalde tijd of onbepaalde tijd is van belang voor
de wijze van beëindiging van de dienstbetrekking enerzijds
en voor de voortzetting daarvan anderzijds (zie verder de folders:
werkgever en ontslag; en werknemer en ontslag).
6.
Beloning
De
werkgever is verplicht aan de werknemer tenminste het geldende minimumuurloon
te betalen.
Per
1 augustus 2001 werd het systeem van minimumlonen zodanig gewijzigd
dat alleen nog minimumuurlonen gehanteerd worden. Voor de geldende
minimumlonen zie folder 4: minimumlonen.
In
het nieuwe systeem worden minimum weeklonen bepaald door het gewerkte
aantal uren per week te vermenigvuldigen met het minimumuurloon.
Het maandloon wordt berekend door het minimumuurloon eerst te vermenigvuldigen
met het gewerkte aantal uren per week en de uitkomst daarvan te
vermenigvuldigen met 4,33.
(zie
verder de folder minimumlonen)
7.
Verschuldigdheid van het loon
Het
naar tijdruimte vastgestelde loon (bijv: uurloon, weekloon, quincena-loon
of maandloon) is verschuldigd vanaf het tijdstip, waarop de arbeider
in dienst is getreden tot het einde der dienstbetrekking.
De
werkgever behoeft in beginsel geen loon te betalen over de tijd,
die de arbeider de bedongen arbeid niet verricht heeft (no work
no pay).
De
arbeider behoudt echter wel aanspraak op loon in geval van:
a.
Ziekte of ongeval
Indien
de werknemer tengevolge van ziekte of ongeval verhinderd is zijn
werk te verrichten, moet hij gedurende betrekkelijke korte tijd
(enige weken) zijn volle loon vanaf de eerste dag ontvangen. Hiervan
kan alleen bij schriftelijke overeenkomst (bijv. C.A.O.) worden
afgeweken;
(Let
wel: degenen die onder de S.V.B. vallen (dat zijn degenen die m.i.v.
1-1-2002 een dagloon van max fl. 144,66
bij een 6-daagse werkweek of een dagloon van max fl. 173,59 bij
een 5 daagse werkweek of een maandloon
van maximaal fl. 3758,30 genieten) hebben terzake maximaal 2 jaar
lang recht op een ziekengeld
uitkering.
b.
Vervulling wettelijke "plicht"
Indien
de werknemer verhinderd is te werken tengevolge van de vervulling
van een door algemene verordening opgelegde verplichting, die niet
in zijn vrije tijd kan geschieden (b.v. stemmen, aangifte bij de
Burgerlijke Stand, etc.) moet hij gedurende korte tijd naar billijkheid
(= enige uren) zijn volle loon ontvangen.
c.
Bijzondere omstandigheden
Indien
de werknemer ten gevolge van zeer bijzondere omstandigheden verhinderd
is te werken (b.v. de bevalling van zijn vrouw; het overlijden en
de begrafenis van één van zijn huisgenoten of ouders,
grootouders, kinderen, kleinkinderen, broers en zusters) moet hij
eveneens gedurende korte tijd naar billijkheid (= één
of meer dagen) zijn volle loon ontvangen.
In
C.A.O.'s worden deze en andere gevallen vaak nauwkeurig geregeld
onder de kop: kort verzuim of buitengewoon verlof
d Werkgeversverzuim
Indien
de werknemer bereid is arbeid te verrichten, maar de werkgever maakt
daarvan geen gebruik, dan dient hij zijn volle loon te ontvangen.
8.
Overwerk
In
de arbeidsregeling 2000 wordt onderscheidt gemaakt tussen schemawerkers
en niet-schemawerkers. Een schemawerker is een werknemer waarvan
de reguliere werktijden geheel of gedeeltelijk vallen buiten ‘kantooruren’.
Het
is van belang om te weten of een werknemer wel of geen schemawerker
is, want voor beide groepen gelden aparte regels ten aanzien van
arbeidstijden, rusttijden, overwerk, etc. (zie hiervoor de folder:
flexibilisering van de arbeidswetgeving)
Overwerk
kan ontstaan als gevolg van:
·
werken gedurende de voor de werknemer geldende rusttijd
·
langer werken dan de maximaal toegestane arbeidsduur per dag of
per week
Overwerkvergoeding
De
vergoeding voor overwerk bedraagt in geval van: Compensatie (incl.loon)
Overschrijding
maximale arbeidsduur (per dag of na 4 weken) 150%
Overwerk
gedurende pauze 150%
Overwerk
op roostervrij dagdeel 175%
Overwerk
op rustdag 200%
Overwerk
op feestdag 250%
Overwerk
in combinatie met nachtdienst (alleen voor schemawerkers) 175%
Verder
kunnen werkgever en werknemer onderling schriftelijk afspreken dat
overwerk in plaats van in geld, geheel of gedeeltelijk in betaald
verlof (“time-back”) wordt gegeven naar ratio van de
hierboven genoemde overwerkpercentages.
Voor
hotels, restaurants en casino’s gelden afwijkende regels.
Zie hiervoor de folder: arbeidsbesluit hotels, restaurants en casino’s.
Ook
voor huishoudelijk personeel gelden afwijkende regels. Zie hiervoor
de folder: flexibilisering van de arbeidswetgeving.
9.
Vakantie
In
de Landsverordening Vakantieregeling is als minimum aantal vakantiedagen
per jaar bepaald: driemaal het bedongen aantal werkdagen per week.
Dus
werkt iemand 4 dagen per week, dan heeft hij minimaal recht op 3
x 4 = 12 betaalde vakantiedagen. Echter, een werknemer die 6 dagen
per week werkt hoeft niet meer dan 15 vakantiedagen te krijgen,
dat mag natuurlijk wel.
Gedurende
de vakantie moet het loon doorbetaald worden. De helft van de vakantie
dient aansluitend verleend te worden. Uitbetaling van vakantiedagen
is alleen toegestaan bij het einde van de arbeidsovereenkomst (zie
verder de folder: vakantie en feestdagen).
10.
Beëindiging arbeidsovereenkomst
De
arbeidsovereenkomst kan op de volgende manieren worden beëindigd:
a.
Wederzijdse overeenstemming
Partijen
kunnen overeenkomen om de arbeidsovereenkomst onder bepaalde voorwaarden
met wederzijds goedvinden te beëindigen.
b.
Dood van de werknemer
De arbeidsovereenkomst
tussen de werkgever en de werknemer eindigt door de dood van de
werknemer. Echter bij de dood van de werkgever eindigt de arbeidsovereenkomst
niet.
c.
Wanneer de tijd is verstreken
De arbeidsovereenkomst
voor bepaalde tijd eindigt, voor zover niets anders is overeengekomen,
automatisch indien de tijd waarvoor deze is aangegaan verstreken
is. Dat
betekent dat voorafgaande opzegging niet nodig is, tenzij overeengekomen.
Indien de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd stilzwijgend of
uitdrukkelijk is voortgezet is voor haar beëindiging geen opzegging
vereist, zodat ook de voortgezette tijdelijke (tot en met de derde)
arbeidsovereenkomst automatisch eindigt.
d.
Ontbinding door de rechter
De dienstbetrekking
kan ook eindigen doordat de rechter op verzoek van een van beide
partijen de arbeidsovereenkomst ontbindt op grond van gewichtige
redenen. De verzoeker moet vaak een schadevergoeding betalen aan
de andere partij.
e.
Beëindiging tijdens proeftijd
Gedurende
de proeftijd kan de overeenkomst steeds zondermeer worden verbroken,
zonder dat men schadeplichtig wordt.
f.
Ontslag op staande voet
Zowel
werkgever als werknemer kunnen de dienstbetrekking op staande voet
beëindigen wegens een dringende reden. Het
ontslag dient op staande voet plaats te vinden en de dringende reden
dient aan de tegenpartij onverwijld te worden medegedeeld.
g.
Opzegging
De arbeidsovereenkomst
kan door opzegging worden beëindigd. Hierbij
dient rekening te worden gehouden met de opzeggingsdag (= beëindigingsdag)
en opzeggingstermijn. Tegenwoordig
kan tegen elke dag worden opgezegd, tenzij (schriftelijk) anders
is overeengekomen. De opzegtermijn begint te lopen vanaf de opzegging,
dus als de opzegtermijn 1 maand is en men opzegt op b.v. 20 maart,
dan is de arbeidsovereenkomst met ingang van 21 april beëindigd.
De
door de werkgever in acht te nemen opzegtermijn is afhankelijk van
de duur van het dienstverband en bedraagt bij een dienstbetrekking
die op de dag van opzegging:
a. korter
dan vijf jaar heeft geduurd: één maand;
b. vijf
jaar of langer, maar korter dan tien jaar heeft geduurd: twee maanden;
c. tien
jaar of langer, maar korter dan vijftien jaar heeft geduurd: drie
maanden;
d. vijftien
jaar of langer heeft geduurd: vier maanden.
De
opzegtermijn voor de werkgever mag alleen bij collectieve arbeidsovereenkomst
worden verkort.
Verlenging
kan bij schriftelijke overeenkomst
De
opzegtermijn voor de werknemer (zowel voor maand-; week- als quincenaloners)
bedraagt m.i.v. 1-8-2000 één
maand. Deze termijn kan bij schriftelijke overeenkomst worden verkort
of verlengd. De opzegtermijn
voor de werknemer mag echter niet tot langer dan zes maanden worden
verlengd.
Voor
alle eilandgebieden geldt dat de werkgever in alle bedrijfstakken
ontslagvergunning nodig heeft voor opzegging van het dienstverband.
11. De cessantiaregeling
Wanneer
een werknemer buiten zijn schuld ontslagen wordt, heeft hij recht
op een cessantia-uitkering. De cessantia-uitkering is een eenmalige,
op basis van het aantal dienstjaren te berekenen, uitkering in geld.
De
cessantia-opbouw is als volgt:
*
voor het eerste tot en met het tiende dienstjaar één
weekloon per dienstjaar;
*
voor het elfde tot en met het twintigste volle dienstjaar één
en één kwart maal het weekloon per dienstjaar;
*
voor de daarop volgende volle dienstjaar tweemaal het weekloon per
dienstjaar.
(zie
verder de folder: cessantia-uitkering na ontslag).
Voor
meer informatie kunt u contact opnemen met de Directie Arbeidszaken:
Adressen
en telefoonnummers Directie Arbeidszaken
Deze
folder heeft uitsluitend een informatief karakter. Aan de inhoud
ervan kunnen geen rechten worden ontleend.
|