INLEIDING
Sinds 29 april
1999 geldt dat op grond van artikel 1614ca BW wegens zwangerschap
en bevalling aan de betreffende vrouwelijke werknemer vrijstelling
van dienst moet worden verleend met behoud van salaris; het zogeheten
zwangerschaps- en bevallingsverlof.
De bedoeling
van het zwangerschaps/ bevallingsverlof is: het beschermen en waarborgen
van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn van de vrouwelijke
werknemer en het (on)geboren kind.
Met deze regeling
bestaat in de Nederlandse Antillen een minimum wettelijk zwangerschaps-
en bevallingsverlof voor alle vrouwelijke werknemers, ongeacht de
hoogte van hun inkomen.
De bestaande
regeling in de Landsverordening Ziekteverzekering sluit verder aan
bij die in het BW. Indien de werkneemster via de SVB verzekerd is
komt daardoor 80% van het loon gedurende het verlof voor rekening
van de SVB.
DUUR
VAN HET VERLOF
De werkneemster
heeft recht op volledig betaald verlof van minimaal 4 en maximaal
6 weken vóór de vermoedelijke bevaldatum (zwangerschapsverlof)
en minimaal 6 en maximaal 8 weken na de bevalling (bevallingsverlof)
.
VOORBEELD 1 (te vroege bevalling – minder
dan 12 weken verlof)
- Vermoedelijke
bevaldatum: 16 februari
- Keuze van de vrouwelijke werknemer zwangerschapsverlof 4 weken
van tevoren: 19 januari
- Werkelijke bevaldatum: 8 februari
- Recht op acht weken bevallingsverlof vanaf 8 februari verlof tot
5 april
Toelichting:
De vrouwelijke werknemer heeft besloten 4 weken zwangerschapsverlof
te nemen. De bevalling vindt plaats één week eerder.
De vrouw heeft recht op 8 weken bevallingsverlof. De niet-gebruikte
week of dagen van het zwangerschapsverlof kan in dit geval niet
“overgeheveld” worden naar het bevallingsverlof omdat
het bevallingsverlof niet langer mag duren dan 8 weken. Hierdoor
is in dit geval de totale periode 11 weken.
Op het moment van ingang van het zwangerschapsverlof - welk moment
door de werkneemster mag worden gekozen - moet worden gekeken hoeveel
weken dit vóór de vermoedelijke bevaldatum (deze datum
moet worden vastgesteld door huisarts, verloskundige of specialist)
ligt: is dit 6 weken dan bestaat recht op 6 weken bevallingsverlof,
bij 5 weken zwangerschapsverlof bestaat recht op 7 weken bevallingsverlof
en bij 4 weken bestaat recht op 8 weken bevallingsverlof. De werkneemster
kan het zwangerschapsverlof niet korter dan 4 weken maken, zodat
het bevallingsverlof maximaal 8 weken kan duren.
Te vroege
of te late bevalling:
Indien de werkelijke
duur van het zwangerschapsverlof korter of langer is dan de geplande
duur, doordat de bevalling eerder of later dan de vermoedelijke
bevaldatum plaatsvindt, dan heeft dit invloed op de duur van het
bevallingsverlof. Door het feitelijke moment van de bevalling kan
de uiteindelijke duur van het zwangerschaps- en het bevallingsverlof
samen meer of minder zijn dan 12 weken.
VOORBEELD 2 (te vroege bevalling, toch 12 weken
verlof)
- Vermoedelijke
bevaldatum: 1 juli
- Keuze van de vrouwelijke werknemer zwangerschapsverlof 5 weken
van tevoren: 27 mei
- Werkelijke bevaldatum: 24 juni
- Recht op acht weken bevallingsverlof vanaf 24 juni verlof tot
19 augustus
Toelichting:
De vrouwelijke werknemer heeft besloten 5 weken zwangerschapsverlof
te nemen; het bevallingsverlof bedraagt dan 7 weken. Maar de bevalling
vindt één week eerder plaats. De vrouw heeft in dit
geval nog recht op 8 weken bevallingsverlof omdat het zwangerschaps-
en bevallingsverlof samen maximaal 12 weken mogen duren.
VOORBEELD 3 (te late bevalling – meer dan
12 weken verlof)
- Vermoedelijke bevaldatum: 19 oktober
- Keuze van de vrouwelijke werknemer zwangerschapsverlof 6 weken
van tevoren: 7 september
- Werkelijke bevaldatum: 27 oktober
- Recht op zes weken bevallingsverlof vanaf 27 oktober verlof tot
8 december
Toelichting:
De vrouwelijke werknemer heeft besloten 6 weken zwangerschapsverlof
te nemen. De bevalling vindt plaats één week na de
vermoedelijke bevaldatum. De vrouw krijgt hierdoor, ondanks de achterafgebleken
werkelijke duur van het zwangerschapsverlof (in casu 7 weken), recht
op tenminste 6 weken bevallingsverlof. In dit geval is de totale
periode 13 weken.
De wettelijk
minimale duur van het zwangerschaps- en bevallingsverlof is van
dwingend recht d.w.z. er mag niet ten nadele van de vrouwelijke
arbeider worden afgeweken. Werkgever en werkneemster kunnen onderling
wel langere termijnen afspreken.
ONTSLAG
GEDURENDE ZWANGERSCHAPS- EN BEVALLINGSVERLOF
De werkgever
mag gedurende het zwangerschaps- en bevallingsverlof het dienstverband
niet opzeggen (zie folder "werkgever en ontslag" en "werknemer
en ontslag").
Voor
meer informatie kunt u contact opnemen met de Directie Arbeidszaken:
|